Trampoline veiligheid: de normen en regels op een rij

laatst bijgewerkt: 21-8-2026 — door Stefan

Kort antwoord: een veilige trampoline voldoet aan de Europese norm EN 71-14, heeft een naar binnen geplaatst veiligheidsnet en een gepolsterde randafdekking, staat op zachte ondergrond met 1 meter vrije ruimte rondom en is verankerd. De belangrijkste gedragsregel: één springer tegelijk voorkomt het merendeel van de blessures.

De norm: EN 71-14

Trampolines voor thuisgebruik vallen in Europa onder norm EN 71-14 (speelgoedveiligheid, trampolines voor huishoudelijk gebruik). Die stelt eisen aan onder meer de sterkte van frame en doek, de randafdekking over de veren, de kwaliteit en plaatsing van het veiligheidsnet en de waarschuwingen in de handleiding. Check bij aankoop of de norm op de doos of productpagina staat; bij de gevestigde merken (BERG, Salta, EXIT, Avyna, Etan) is dat standaard, bij naamloze importmodellen niet altijd.

De uitrusting die er echt toe doet

Veiligheidsnet aan de binnenkant van de palen. Een net dat aan de buitenkant hangt laat een vallend kind tegen de palen komen. Goed: net binnen de palen, palen gepolsterd, ingang met rits of overlap die dichtvalt.

Randafdekking die blijft liggen. Het kussen over de veren moet dik zijn (minimaal 2 cm schuim) en vastgemaakt, niet los liggend. Versleten randkussens zijn de sluiproute naar beknelde voeten: tijdig vervangen.

Zachte ondergrond en vrije ruimte. Gras is prima, 1 meter rondom vrij van harde objecten, en verankering tegen wind. Boven het doek minimaal 7 meter vrij.

De gedragsregels die letsel voorkomen

De uitrusting vangt fouten op, maar de meeste blessures ontstaan door gedrag:

1. één springer tegelijk. Botsingen en de zogenaamde katapult (een zwaar kind lanceert een licht kind) veroorzaken de meeste breuken. Dit is met afstand de belangrijkste regel.

2. geen salto's zonder begeleiding. Mislukte salto's zijn zeldzaam maar verantwoordelijk voor de ernstigste blessures (nek en rug). Salto's leren hoort op de turnvereniging, niet in de achtertuin.

3. jonger dan 6: alleen onder toezicht. Jonge kinderen hebben de motoriek nog niet om onverwachte bewegingen van het doek op te vangen.

4. schoenen uit, lege zakken. Op sokken of blote voeten springen, geen speelgoed of harde voorwerpen op het doek.

5. nat doek is een glijbaan. Na regen even afdrogen voor het springen.

Onderhoud is ook veiligheid

Loop elk voorjaar de trampoline na: veren op roest en uitrekking, doek op scheurtjes bij de ogen, net op gaten, randkussen op scheuren, frame op speling. Onderdelen zijn bij A-merken los te bestellen en vervangen is bijna altijd goedkoper dan de gevolgen. Zie ook trampoline winterklaar maken.

Veelgestelde vragen

Wat is de veiligste leeftijd om te beginnen met trampolinespringen?

Kinderartsen adviseren vanaf 6 jaar zelfstandig springen. Jonger kan onder direct toezicht, op een kleine trampoline en altijd alleen op het doek.

Is een veiligheidsnet verplicht?

Wettelijk niet, praktisch wel. Het overgrote deel van de trampoline-ongelukken is een val van de trampoline af. Een goed net dat naar binnen buigt vangt precies dat af.

Hoeveel trampoline-ongelukken gebeuren er in nederland?

VeiligheidNL registreert jaarlijks duizenden behandelingen op de spoedeisende hulp na trampoline-ongevallen, vooral bij kinderen van 4 tot 12 jaar. De meeste ontstaan door samen springen en vallen van de trampoline.

Mag een trampoline op tegels of beton staan?

Liever niet. Kies gras of plaats rubberen valtegels rondom. En op harde ondergrond is verankeren met schroefankers onmogelijk, dus dan zijn gewichten of speciale ankers nodig.